Het verschil tussen genenplaatje en uiterlijk komt door het feit dat genen die in hun eentje verantwoordelijk zijn voor een bepaalde erfelijke eigenschap, niet allemaal dezelfde "waarde" hebben voor de erfelijkheid. Sommige genen zijn in staat hun "partner-gen" op het chromosoom te overheersen. We onderscheiden de genen dan ook in;
dominant ofwel overheersend
recessief ofwel terugtredend
Zijn nu de genen van een kater en poes van dezelfde waarde, bv allebei dominant, dan zeggen we dat het kitten fokzuiver ofwel homozygoot is voor die eigenschap. Heeft de poes een dominant gen doorgegeven en de kater een recessief gen (of andersom) dan krijgt het kitten dus een genenpaar van ongelijke soort ofwel het is hetrozygoot (fok-onzuiver) voor die eigenschap.
Kleurvererving
Een kat heeft genetisch twee kleuren. Rood en zwart. Dit zijn de basiskleuren. Het kleurbepalende gen zit op het X-chromosoom.
Poezen kunnen rood én zwart zijn (XX), katers alleen rood of zwart (XY). Een poes heeft dus 3 mogelijkheden voor kleur; rood + rood = rood
zwart + zwart = zwart
rood + zwart = schildpad (tortie)
Een kater is rood of zwart en kan dus nooit echt schildpad zijn.
Bij het verwekken van een kater komt het kleurgen dus alleen van de moeder (= X-chromosoom). De moederpoes bepaalt de kleur van de katerkittens.
Is de moeder genetisch zwart, zijn de katertjes ook zwart. Is de moeder genetisch rood, dan zijn de katertjes ook rood. Maar is de moeder een schildpad, dan zijn de katertjes rood of zwart.
Poesjes ontvangen van vader én moeder de kleurdragende gen X.
Voor rode poesjes moet de moeder rood of schildpad zijn en de vader rood, hier kunnen ook schildpadpoesjes uitkomen als de moeder toevallig de X met de zwarte kleur combineert met de rode X van pa.
Poes zwart + kater zwart = kittenpoesje zwart
Poes rood + kater rood = kittenpoesje rood
Poes zwart + kater rood = kittenpoesje schildpad
Poes rood + kater zwart = kittenpoesje schildpad
Poes schildpad + kater zwart = kittenpoesjes zwart en schildpad
Poes schildpad + kater rood = kittenpoesjes rood en schildpad
Katers die duidelijk rood en zwart dragen hebben meestal een genetische afwijking; zij hebben een chromosoom teveel. Niet XY maar XXY.
Pigmentering
De kleuren van een haar wordt veroorzaakt door pigmentkorrels. Katten hebben de genen die het pigment veroorzaken in duplo. Dit is anders dan de kleurgen X.
Pigmentkorrels kunnen door verschillende genen beïnvloed worden in aantal, vorm en plaats in de haarschacht. Dit geldt zowel voor de basiskleur zwart als voor de basiskleur rood.
Voorbeeld:
Een zwarte kat vertoont het gecombineerde effect van 3 dominante genen;
B (van black) voor het zwarte pigment
C (van colour) voor volledig gekleurd
D (van density) voor diepe pigmentering
Gen B:
Bij het dominante B heeft de kat een diepzwarte kleur. De recessieve variant b zorgt er echter voor dat de pigmentkorrels van vorm veranderen en het licht daardoor zodanig terugkaatsen dat het effect van bruine haren ontstaat. Dit heeft niks te maken met de brown-tabby.
Gen C:
Staat voor volle kleur oftewel maximale pimentering. Het recessieve c staat voor afwezigheid dus albino.
Gen D:
Als in de haarschacht de pigmentkorrels dicht opeen liggen, dan ziet een genetisch zwarte kat er ook zwart uit. Liggen de pigmentkorrels min of meer willekeurig gegroepeerd met lucht er tussen, dan komt dat als lichter op ons over en lijkt de kat "grijzig" of "blauw". We spreken dan van verdunning. Dichtheid is dominant over verdunning en wordt de D geschreven. Verdunning is recessief, dus d.
Wordt deze kat gepaard aan een blauwe partner dd dan worden alle kinderen uit deze combinatie Dd. Omdat D dominant is, hebben al deze kittens een zwarte vacht. Ze zijn echter hetrozygoot voor D.
Zilvergen
Het zilvergen is dominant over het niet-zilvergen. Dit betekent dat 1 van de ouders zilver moet dragen. Het gen zorgt ervoor dat de pigmentkorrels in de haarschacht naar de haarpunt worden. Het eerste deel van de haarschacht is dus pigmentloos en ziet er uit als zilverwit. Een effen zwarte kat met het zilvergen wordt zwartsmoke, een effen blauwe kat met het zilvergen wordt blauwsmoke genoemd.
Het zilvergen heeft soms als neveneffect dat het de eigenlijke kleur optisch wat afzwakt. Door de grote hoeveelheid lichte haren lijkt een rood-zilveren kat soms crème of een zwarte kat, blauw. Heeft de kat ook maar 1 plekje dat echt rood of echt zwart is, dan is er bij de lichtere haren sprake van optisch bedrog en is de kat niet crème of blauw, maar gewoon rood met veel zilver of zwart met veel zilver.
De aanwezigheid van zilver bij een netgeboren kitten is vaak moeilijk te constateren, zeker bij een smoke. Pas als een kitten zo'n 2 weken oud is, ziet met de lichte delen van de haren, vooral op de kop en bij de oren.
Wit
Bij het wit kan je een onderscheid maken tussen geheel witte katten en katten met witte vlekken. Het wit van de heel witte katten wordt veroorzaakt door het dominante gen W. Dit dominante gen zorgt ervoor dat de oorspronkelijke kleur verborgen blijft. In feite heeft ze een kleurgen op het X-chromosoom zitten. Dit kan rood, zwart of schildpad zijn. Die kleur komt kan naar voren komen als de katerkittens op de wereld zet. Tenslotte krijgen katertjes de kleur van de moeder. Dus als een witte poes een zwart katertje krijgt, is ze genetisch zwart.
2 witte katten met een dominante gen W mogen niet gekruist worden ivm verhoogde kans op doofheid bij de kittens.
De hoeveelheid wit bij katten met "vlekken" maakt niet uit. Het kan een klein vlekje ergens zijn of bijna helemaal wit met hier een daar een zwart en/of rood plekje.
Samengevat
* Een effen kat met de kleur zilver wordt niet zilver maar "smoke" genoemd.
* Als de tabby kat geen zilver heeft, dan ziet zijn vacht er bruin/lichtbruin uit, vandaar brown tabby, wat (genetisch) hetzelfde is als zwart tabby. Als de kat wat verdund is, dus zilver bevat, is hij ipv zwart, blauw. Brown tabby wordt dan blauw tabby. Rood wordt crème.
* Soms wordt verdunning niet genoemd en wordt gezegd zilver tabby. Hier hoort eigenlijk een kleuraanduiding bij zoals zwart/zilver, blauw/zilver, rood/zilver, crème/zilver. Als er geen kleuraanduiding bij zit, is het waarschijnlijk zwart/zilver.
* Torties zijn katten die meerdere kleuren hebben en worden ook wel schildpad of lapjeskatten genoemd.
Vachtpatronen
Grofweg in te delen in 2 soorten; effen en tabby (alle patronen samengevat).
Als een zwarte kat effen is van kleur, zijn zwart gekleurde delen gewoon puur zwart en heeft dan ook geen zogeheten brilletje om de ogen. Een brilletje zijn de lichtere gekleurde haarranden om de ogen.
Een rode kater is nooit echt effen. Misschien wel genetisch, maar hij zal toch een tabby tekening tonen.
Een effen kat kan toch nog vaag wat strepen op de poten hebben, en misschien ook op de kop. Dit zijn restanten van de tabby, en wordt wel "ghost-marking" spooktekening genoemd. Hierbij kan de kat al dan niet wit hebben.
Als een kat niet effen is dan is hij tabby. Dan heeft hij ergens op zijn lijf haren die "gebandeerd" zijn, delen van zo'n haar zijn donkerder dan andere delen. Een paar van die haren en dan heet de kat niet meer effen, maar tabby. Rond zijn ogen zul je dan ook een wit randje zien, wat ook wel brilletje wordt genoemd.
Tabby is er in verschillende soorten;
Mackerel tabby = cypers tabby = gestreept tabby = tabby. Tijgerprint-achtig.
Gemarmerd tabby = classic tabby = blotched. Grote vlekken en liefst een "bull's eye" op de flanken.
Ticked tabby = Alle haren hebben de streping, komt voor bij de Abessijn.
Spotted = Hierbij zijn de strepen of vlekken van de cypers/gemarmerd tabby onderbroken in vlekken 'spots'.
Het verschil tussen red classic tabby en red tabby is; red tabby classic is gemarmerd en red tabby is mackerel, dus gestreept. Wanneer er bij een kat enkel tabby staat wordt meestal mackerel bedoeld. Zeker wanneer er gesproken wordt over tabby en classic tabby.

A: Blotched (classic)
B: Mackerel (cypers)
C: Spotted
|